Historische sensatie

In maart 2019 trad ik aan als directeur van de Stichting Grote Kerk Naarden en collega Olav leidde me in mijn eerste week rond door de kerk. Het werd een ontdekkingstocht langs deurtjes, grote sleutelbossen en verborgen knoppen. Via de wenteltrap in de toren kwamen we bij het houten deurtje dat toegang geeft tot een smalle loopbrug, die tussen het gewelf doorloopt. Daaronder gaapte een grote diepte; we waren op 20 meter hoogte. Mijn benen wilden niet meer verder vanwege hoogtevrees. Toch kon ik vanuit de deuropening een glimp opvangen van de bijzondere vroeg 16de-eeuwse schilderingen op het tongewelf, die op deze schaal zo uniek zijn in Nederland. Een hidden gem, want veel mensen weten niet van het bestaan ervan, ook al kan je ze vanaf beneden zien.

Afwegen

De afgelopen jaren werd er gesproken over restauratie van het gewelf. Mogelijk zou dit urgent zijn, zeker was het niet. Wat wel vaststond, was dat er een steiger in de kerk gebouwd zou moeten worden om bij het gewelf te komen. En zo’n bouwwerk heeft nogal wat impact. Het gaat niet goed samen met geplande concerten en evenementen. Ziedaar de klassieke spagaat waar beheerders van grote rijksmonumenten mee te maken hebben. Om een dergelijk gebouw te kunnen onderhouden, is een serieus verdienmodel nodig. Tijdens het onderhoud zelf is het gebouw vaak niet of verminderd te gebruiken voor die exploitatie. Het is een voortdurend afwegen van belangen. Dat maakt het uiteraard ook interessant! Met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed spraken we begin 2020 over onderzoeksmogelijkheden aan het gewelf. We waren het erover eens dat zondermeer restaureren een te snelle conclusie zou zijn. Een conditieonderzoek bleek een goed alternatief; het in kaart brengen van zogenaamde schadefenomenen als vochtplekken en kleurverlies. En het maken van een routekaart voor de toekomst.

Versnelling

In april sprak ik opnieuw met de Rijksdienst, in de persoon van Bernice Crijns. De wereld zag er inmiddels totaal anders uit. Vanwege de lockdown waren er al 25 evenementen geannuleerd. Dit kon weleens hét moment zijn om het conditieonderzoek te starten, nu de kerk leegstond. De maanden erna realiseerden we een plan, financiering, stelden we een restauratieteam aan en kwam er een steigervloer met professionele verlichting én met publiekstrappen. Want we wilden deze unieke kans om zo dichtbij het gewelf te komen met publiek kunnen delen. Inmiddels mochten we ook weer bezoekers ontvangen. Het team werkte in korte tijd een publieksroute met audiotour en boekje uit. Er werd een instructie gemaakt voor begeleiders, en een team van vrijwilligers ingeroosterd om de winkel te bemannen en de groepen te begeleiden. De kaartverkoop werd ingeregeld in timeslots van 10 mensen per keer, met mondkapje en doorloop. De communicatiecampagne werd razendsnel opgetuigd. En vanaf half september verkochten we de eerste kaarten. 2 oktober gingen we open, voor een zeer geïnteresseerd publiek.

Historische sensatie

De eerste keer dat ik de trap opliep, en boven in die magische ruimte bij het gewelf stond, voelde ik de historische sensatie die me ooit deed besluiten Erfgoedstudies te gaan studeren. Zo dichtbij de schilderingen komen die ruim 500 jaar geleden zijn aangebracht, is alsof je de mensen van toen aan kunt kijken. De panelen bevatten zo oneindig veel prachtige en grappige details, je kunt er helemaal in verdwijnen. Ook zijn er details die vragen oproepen. Zo is God de vader zichtbaar afgebeeld maar is het gezicht van de heilige Agatha weggekrast (door de protestanten?). Er zijn wapens van families over wie we nog niet veel hebben kunnen vinden. Ook zijn er kunsthistorische vragen, zoals welke delen nu precies uit welke tijd zijn.

Onderzoek

Roos Keppler en Hinke Sigmond, beiden restaurator van schilderingen in historische binnenruimtes, leiden het conditieonderzoek, in samenwerking met schilderijenrestaurator Johanneke Verhave en hout-meubelrestaurator Maurice Steemers. Met digitale fototechniek in combinatie met een digitaal mappingsprogramma van het Duitse bedrijf Fokus, dat nu voor het eerst in Nederland wordt gebruikt, analyseren zij het gewelf. Zo brengen zij de schilderingen op verschillende kenmerken in kaart en ontstaat een legenda over de schildertechniek, eerdere restauraties en de schades. Ook bekijken ze – aan de hand van honderden monsters die in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw zijn genomen – waar de verf uit bestaat. Waarschijnlijk is het een temperaverf geweest. Maar dat is een verzamelnaam voor een breed spectrum aan ingrediënten: van hele eieren als bindmiddel, tot alleen eigeel, (beender)lijm en nog vele andere toevoegingen die in het verleden zijn gebruikt.

Ook het onderzoek naar de gebruikte pigmenten in de verf en de analyse van de schildertechniek vormen een belangrijke bron om de schilderingen te kunnen lezen en meer te leren over de schildertechniek uit de 16deeeuw. Het is minutieus werk, dat restauratieonderzoek. Een prachtig vak. Zo’n professioneel restauratieteam in huis hebben betekent ook dat wij als organisatie veel bijleren over het gewelf, nieuwe vragen stellen, anders kijken.

Blog

De komende tijd houd ik je met dit blog maandelijks op de hoogte van onze ontdekkingen. Daarnaast maken we een boek over het gewelf, in samenwerking met een uitgever, dat najaar 2021 verschijnt. Intussen nodig ik je uit vooral zelf te komen kijken en die historische sensatie te voelen van het bijna aanraken van het verleden. Ruim 2000 mensen gingen je de afgelopen tijd al voor.

Ellen Snoep

Directeur Stichting Grote Kerk Naarden

 

 

Blog 1. over het tongewelf