Goois Vrouwtje

Goois
Vrouwtje

Gebouw

Een raadselachtige dame

In Grote Kerk Naarden staat een bijzonder houten beeldje tentoongesteld: het Gooisch Vrouwtje. Wij weten niet precies wie zij was, maar haar thuis was Grote Kerk Naarden. Haar prachtige kleding doet vermoeden dat het een Gooise heeft kunnen zijn. Het uit eikenhout gesneden beeldje van Jan Eerstenszoon van Schayck noemen we daarom het Gooisch Vrouwtje. Haar gevouwen handen trekken meteen de aandacht. Die zijn het serene middelpunt van dit prachtige staaltje houtsnijwerk uit 1515. Tot 1862 siert het beeldje het hoofdorgel dat in de kerk hing. Maar wie is zij?

Gravin of kluizenares?

Zou ze Jacoba van Beieren kunnen zijn? Begin vijftiende eeuw is zij gravin van Holland en Zeeland. Op de andere orgelpanelen staan mogelijk de graven van Holland afgebeeld.

Stelt ze Maria Magdalena voor? Zij wordt vaker als een tot inkeer gekomen zondares afgebeeld, luxe gekleed en verleidelijk, soms ook in een boetedoenende houding. Maar het Gooisch Vrouwtje heeft dan weer niet Maria’s typerende loshangende haar.

Of is zij een kluizenares? In de middeleeuwen komt het voor dat vrouwen zich vrijwillig laten opsluiten om hun leven aan God te wijden. Bij een raam in de buitenmuur geven deze kluizenaressen wijze raad aan burgers en via een klein venster kunnen ze de mis volgen. Precies in dit venster staat het Gooisch Vrouwtje nu.

We zullen het nooit weten. Ze kan ook het liefje van haar beeldsnijder zijn geweest, de dochter van de schenker of misschien de schenker zelf.

De kunstenaar

Jan Eerstenszoon van Schayk (ca. 1470-1527) is in zijn tijd een veelgevraagd beeldsnijder. Zo maakt hij de negen gewelfschotels van de librije in de Utrechtse Domkerk. Hij werkt in de stijl van de Vlaamse Primitieven, kunstschilders die vooral actief zijn rond bloeiende steden als Brugge en Leuven. Hans Memling en Jan van Eyck zijn bekende vertegenwoordigers van deze stijl. Zij combineren een superieure weergave van details met realisme. Zijn werk is te zien in het Centraal Museum in Utrecht maar ook in het Victoria & Albert Museum in Londen.

 

Schoonheidsidealen

Het Gooisch Vrouwtje voldoet aan het schoonheidsideaal rond 1500: een lange hals, ranke vingers, blonde vlechten én een breed en hoog voorhoofd. Om het voorhoofd optisch te vergroten moeten wenkbrauwen het veld ruimen en wordt de haargrens soms wel een paar centimeter opgeschoven. Een zestiende-eeuws secreetboek, een soort huis-tuin-en-keuken receptenboek, geeft een intrigerend inkijkje in de wereld van laatmiddeleeuwse cosmetica. Zoals het recept ‘om dat hayr van eenich deel van dat lichaem af te doen’. Daarvoor moeten vijftig eierschalen worden vermalen en gedistilleerd. En smeren maar!

Lekker parfum

Parfumeren is rond 1500 overigens ook al in de mode. Om je handschoenen ‘van goeden ruecken’ te voorzien moet je ze viermaal insmeren met zoete amandelolie vermengd met hars van de storaxboom, munt, wortelen van waterlelies en muskus. Voor gebruik moet het mengsel wel eerst acht dagen in de zon staan en regelmatig worden doorgeroerd.

Deel van een orgel

Ooit verkeerde het Gooisch Vrouwtje in gezelschap van tien heren, een griffioen, wildeman, adelaar en een leeuw. De houtgesneden heren dragen allen een wapen en zijn mogelijk ridders of graven van Holland. Samen sieren zij de kast van het oudste orgel (ca. 1520) van Grote Kerk Naarden. Het instrument raakt onbespeelbaar en wordt gesloopt en vervangen door het huidige Bätz-Witte hoofdorgel. Bijna gaat al het houtsnijwerk verloren, maar na vele omzwervingen ontfermt het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap zich over de resten van de orgelkast. De veertien panelen zijn nu te bezichtigen in het Rijksmuseum te Amsterdam.

Het Gooisch Vrouwtje is eigendom van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, dat het in 2015 in langdurig bruikleen gaf aan Stichting Grote Kerk Naarden.