Merken en zerken

Merken

en zerken

Gebouw

Graven

Als Naarder word je in die tijd in de Grote Kerk begraven. Tenminste, als je het kan betalen. In zo’n 350 jaar - tussen 1479 en 1830 - zijn in totaal 937 doden begraven in Grote Kerk Naarden. Soms vertelt de tekst of het merkteken op hun grafzerk iets van hun verhaal. De Naardense elite krijgt de beste plekken: in het koor, dichtbij het altaar. Burgemeesters, priesters en predikanten horen daar zeker bij.

Lambertus Hortensius

In het koor ligt ook een Naardense beroemdheid begraven: geschiedschrijver en humanist Lambertus Hortensius. De Latijnse tekst op zijn zerk (uit 1574) is een eerbetoon: "Zijn geschriften bewaren zijn naam ver in ’t rond, en stemmen spreken over zijn geleerdheid. Als sieraad van school en burgerij zegepraalt hij zowel in de hemel als op aarde." Hortensius probeert in 1572 tevergeefs een bloedige wraakactie van de Spanjaarden te voorkomen en schrijft een ooggetuigenverslag van de gebeurtenissen.

Huismerken

Een paar ingekraste streepjes of een dubbel kruisje; vaak is dat voldoende om duidelijk te maken uit welke familie de overledene komt. De oudste zoon neemt het huismerk van zijn vader over, zijn jongere broers passen het aan met een extra dwarsarm of boogje. Het zijn de eenvoudige varianten van het adellijk wapen, voor de lagere rangen in de samenleving. Functioneel in een tijd waarin nog vrijwel niemand kan lezen en schrijven. Je komt vaak het cijfer 4 tegen, in allerlei combinaties. Dat teken is gemakkelijk in één beweging te maken.

Beroepen

In de Grote Kerk liggen in elk geval een schoenmaker, burgemeester en schout begraven. Die beroepen zijn te lezen op de grafzerken. Soms moet je wat meer moeite doen, dan is een beroep alleen met een symbool aangegeven. Een passer duidt op een baan in de bouw of zeevaart, een metseltroffel op een steenhouwer en een baroktrompet op een muzikant.

 

Verdronken

Soms is zelfs de doodsoorzaak op de zerk vermeld. Op 27 december 1656 verongelukt een bruidspaar samen met drie familieleden op tragisch wijze. ‘Met het ijs brak het leven’, zo vermeldt hun grafzerk. Zij zakken alle vijf door het ijs en verdrinken. Verdrinking komt vaker voor: opa Otto Harz en zijn zevenjarige kleindochter Lucia overleefden de watersnood van 1669 niet.

Vernield

Veel grafzerken zijn beschadigd in de Franse bezettingstijd (1795-1814), wanneer standsverschillen uit den boze zijn. In naam van ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ worden veel familiewapens weggehakt.

 

Verbod

Vanaf 1830 mogen er in Naarden geen doden meer in de kerk of op kerkhoven binnen de bebouwde kom worden begraven. Een nieuwe begraafplaats wordt buiten de stad geopend, op zo’n half uur lopen. Er wordt een lijkwagen aangeschaft die een stalling krijgt in de kerk. Op die plek zijn nu de toiletten.

Restauratie

Lopen over zerken is niet erg prettig vanwege de ongelijke stenen en het reliëf. Om de kerk geschikt te maken voor culturele evenementen is de zerkenvloer daarom in 1975 heringedeeld. Veel zerken in het midden van de kerk zijn verplaatst en vervangen door vlakke stenen waarop de stoelen kunnen staan. Bij de restauratie zijn veel graven waarschijnlijk geruimd, maar een deel is ook ongemoeid gelaten, zoals die in het koor.

Steenhouwersmerk

Op alle pilaren van het schip kom je ze tegen: merktekens van steenhouwers. De zachtgele zandsteen uit het Duitse Bentheim wordt vanuit de groeve op schepen geladen en over de Vecht naar Naarden vervoerd. Het werk van een steenhouwer is zwaar. Hij moet de grote stenen op maat houwen en in de juiste volgorde plaatsen. Elke steen waaraan hij heeft gewerkt, markeert hij met zijn eigen merk.

Eigen merk

Elk blok steen heeft één merk, altijd ingekerfd op een in het zicht blijvend vlak. Waarom? Misschien werd hun werk op kwaliteit gecontroleerd, of werden steenhouwers per bewerkt stuk uitbetaald. Steenhouwers werken voor verschillende opdrachtgevers, zeker in de bouwwoede van de vijftiende eeuw. Soms zijn daarom dezelfde merken aangetroffen in verschillende kerkgebouwen. Zo heeft een steenhouwer hier in Naarden ook in de St. Bavokerk in Haarlem gewerkt.