Middeleeuwen

Middeleeuwen

Gebouw

Centrum van welvaart

Zo’n monumentale kerk voor een kleine stad lijkt nu wat uit balans. Rond 1400 is dat anders. Dan is Naarden een belangrijke kern met een militair strategische ligging, een bloeiende lakenindustrie en profiteert de stad van allerlei handelsprivileges. De kerk is het bruisende hart. Hier komen Naarders samen om hun geloof te belijden, elkaar te ontmoeten en zaken te doen.

Rechten en privileges

Al rond 1100 beschikken de Naarders over het recht om week- of jaarmarkten te organiseren. Stadsrechten volgen en in 1342 krijgt Naarden het monopolie op de verkoop van alle vis gevangen tussen de Vecht en de IJssel. Eigenaren van Gooise boerenbedrijven, zogenaamde Erfgooiers, krijgen bovendien het gezamenlijk gebruiksrecht op landbouwgronden en later ook op onontgonnen land. Samen zorgen deze privileges voor grote welvaart.

Lakenindustrie

Naarden is in de vijftiende eeuw hét centrum van de lakenindustrie, belangrijker nog dan Leiden. Het laken, een soort wol, wordt zelfs tot in de Baltische staten verkocht. Eerst spinnen boeren in Gooise dorpen de wol. Daarna gaan de vollers en lakenwevers er in de stad mee aan de slag: "vrouwen kamden de wol die jonge meisjes hadden gekaard, mannen weefden de lakens die talrijke volders gladmaakten met vollersaarde en urine", schrijft Naarder en geschiedschrijver Lambertus Hortensius over de werkverdeling. Door concurrentie en oorlogen gaat het langzamerhand bergafwaarts met de lakenindustrie. Toch houdt die met wisselend succes stand tot eind achttiende eeuw.

Gilden in de kerk

Ambachtslieden verenigen zich in de Middeleeuwen per beroepsgroep in een belangenvereniging, een gilde. Een gilde heeft het monopolie op de productie van goederen en maakt afspraken over de prijs en kwaliteit van hun producten. Nu zou je het protectionisme noemen. Gilden hebben daardoor grote economische en politieke macht. Het is ook een sociaal systeem, want gildeleden zorgen voor elkaar. Bij ziekte of ouderdom kun je op elkaar rekenen.

Zichtbaar

In de kerk zijn gilden op allerlei manieren zichtbaar. Ze betalen vaak mee aan meubels en kunstwerken, waarop hun beroepssymbool of hun eigen beschermheilige is afgebeeld. De kerk, waar de gildebroeders sterk mee verbonden zijn, wordt er mooier door, én het gilde kan er zijn status mee etaleren. Op de indrukwekkende schilderingen van het tongewelf uit 1518 zijn de schenkers van de panelen vaak geraffineerd geïntegreerd.

Eigen altaren

Sommige gilden hebben ook hun eigen zijaltaar in de kerk. Daar kunnen ze onder elkaar zijn bij doop, huwelijk of begrafenis en de naamdag van hun schutspatroon vieren. Alle 22 altaren in de kerk zijn met de Reformatie eind zestiende eeuw verdwenen. De protestanten moeten niets hebben van de katholieke heiligenverering.